Grab a little bit of heaven right here on earth.
"‘’[..] te gelukkig was hij dat hij Frieda in zijn handen hield, te angstig-gelukkig ook, want het leek hem dat als Frieda hem verliet, alles hem verliet wat hij had.’’
Dus toch liefde? Nee, geen liefde; als je verbannen bent en van alles beroofd, wordt een klein vrouwtje dat je nauwelijks kent, dat je omhelst in een plasje bier, een hele wereld – zonder dat er liefde bij komt kijken."
— Kundera, Verraden testamenten
Posted 2 months ago with 0 notes
"Humor: de goddelijke bliksem die de wereld onthult in zijn morele dubbelzinnigheid en de mens in zijn diepgaande onvermogen om te oordelen over anderen; humor: de roes van de betrekkelijkheid van al het menselijke; het vreemde genoegen dat voortkomt uit de zekerheid dat er geen zekerheid bestaat."
— Kundera, Verraden testamenten
Posted 2 months ago with 0 notes
"Daar verstreken de uren, uren van gedeelde adem, gedeelde hartslag, uren waarin K. voortdurend het gevoel had dat hij verdwaalde of dat hij zo ver op vreemde bodem was als geen mens voor hem, een vreemde bodem waar zelfs de lucht geen bestanddeel van de thuislucht had, waar je wel moest stikken van vreemdheid en door de krankzinnige verlokkingen niet anders kon dan verder gaan, verder verdwalen."
— Kafka
Posted 2 months ago with 0 notes
"Elk spel is gebaseerd op regels en hoe strenger de regels zijn, hoe meer spel spel is."
— Kundera
Posted 2 months ago with 0 notes
Zoek

Ik wilde weten waar je was
maar niet om bij je te kunnen zijn.

Iedereen zoekt natuurlijk: de hand
de mond de merrie de hengst de man
de hond, ik zoek niets meer dan een
plek waar jij niet komen kunt, jij zoekt
niets meer dan mij. Als je een goedgevulde
wolk hang je geduldig boven de vette aarde
als een druppel rolde ik van je af en naar je toe.

Ik wilde weten waar je was, maar nu je overal
blijkt te kunnen zijn, trek ik me geluidloos terug
kleverig en bibberend en met ingehouden adem
trek ik als een veel te ruimte warme jas
trek ik me het paard zijn vel, zijn vacht
en zijn zachte zachte manen aan.

- Thomas Möhlmann

Posted 2 months ago with 0 notes
Lichter als lucht

Alles hier bevind zich tussen verblindend licht en totale duisternis
je kunt geen kant op, ingeklemd
tussen twee lijnen.
Het gaat om de lucht ertussen, vrij
maar niet te voelen
als naïeve vragen zonder antwoorden.

Een mens dat lichter als lucht
boven het aardse bestaan zweeft
begeeft zich ergens is het luchtledige
waar bewegingen even vrij als zinloos zijn.

Door het gevoel van schoonheid
vervliegt onaantastbaarheid in een motief
die deel word van de compositie van het leven

Posted 4 months ago with 0 notes
"Je bent wat je niet kunt kwijtraken."
— Gerrit Komrij
Posted 4 months ago with 2 notes
"Geluk is een seconde die
eeuwigheid wil zijn."
— Gerrit Komrij
Posted 4 months ago with 0 notes
"We blijven altijd kind,
alleen ons speelgoed wordt groter"
— Seneca
Posted 4 months ago with 0 notes
"Bijna nooit zie ik een vogel
in de lucht zich bedenken,
zwenken en terugkeren."
— Judith Herzberg
Posted 4 months ago with 1 note
"Niets is veranderd en toch bestaat alles op een andere wijze.
Ik heb behoefte me te reinigen met abstracte gedachten, doorschijnend als water."
— Jean-Paul Satre, Walging
Posted 4 months ago with 0 notes

(Source: jimbenton.com)

Tags: #medicine #hallucination #Jim Benton
Posted 4 months ago with 8 notes
"You are what you love,
not what loves you."
— Adaption (2002)
Posted 4 months ago with 0 notes
Posted 6 months ago with 0 notes
De termiet vond alles overbodig
De termiet vond alles overbodig.   
    Hij stond in zijn kamer en bekeek zijn tafel. Wat een
overbodige tafel! dacht hij, tilde de tafel op, droeg hem naar
buiten en gooide hem weg.   
    Hij ging weer naar binnen en keek naar zijn stoelen. Die
zijn nu nog veel overbodiger, dacht hij, en hij gooide ze ook weg.
    De hele dag was hij in de weer en gooide alles weg wat
hij had, zijn kast, zijn bed, zijn raam, zijn deur, zijn muren,
zijn plafond, zijn dak, zijn vloer - het een nog overbodiger
dan het ander.
   Ten slotte was hij alleen zelf nog over. Hij probeerde
zichzelf op te tillen. Maar hij viel op de grond, stond op en
viel opnieuw. Ik ben zeker niet overbodig genoeg, dacht hij.
   Hij bleef liggen en keek omhoog. De zon scheen en de
lucht was blauw. De termiet had graag de zon en de lucht
weggegooid, want hij vond ze buitengewoon overbodig.
Maar hij wist dat dat heel moeilijk zou zijn.
    Hij deed zijn ogen dicht, om maar niets meer te zien.
    Zo lag hij daar, toen hij stemmen hoorde.
    Hij sprong op en wilde zich verbergen. Maar er was
nergens meer iets om zich in te verbergen. Zelfs zijn vliering,
zijn donkere hoeken en zijn geheime schuilplaatsen had hij weggegooid
    ‘Gefeliciteerd, termiet!’ riepen de stemmen.
‘Hartelijk gefeliciteerd! ’
    De termiet zag dat het de dieren waren die naar hem toe kwamen.
   Hij zuchtte. Ik ben dus jarig, dacht hij. Wat een overbodigheid!
   De dieren bleven rondom hem heen staan, gaven hem
allemaal een cadeau en sloegen hem vrolijk op zijn
schouders. De termiet knikte, bekeek de cadeaus en gooide ze weg.
   ‘Dank je wel,’ zei hij telkens, ook al vond hij dat een buitengewoon overbodig woord.
   Toen ze hem allemaal hadden gefeliciteerd en iets hadden
gegeven trokken de dieren hun wenkbrauwen op en keken hem aan.
    ‘Wat is er?’ vroeg de termiet.
    De dieren zeiden niets, maar trokken hun wenkbrauwen nog iets verder op.
    Toen begreep de termiet het. Taart. Ze wilden taart.
    Hij bakte vlug iets van zand en lucht, wat misschien op
een taart leek, en zette het voor de dieren neer.
    Het was een taart van niets, maar iedereen nam een stuk
en iedereen zei: ‘Heerlijke taart, termiet!’ ook al was het niet
veel meer dan een schrale kruimel die ze doorslikten, zonder iets te proeven.
    Daarna gingen ze dansen. De krekel trok de termiet mee
en sloeg een arm om zijn middel.
    ‘Wat dansen we heerlijk, termiet,’ fluisterde hij even later.
    Wat dansen we overbodig, wilde de termiet zeggen, en
het bonzen van zijn hart vond hij helemaal overbodig, maar
hij zei: ‘Ja, wat dansen we heerlijk, krekel…’
    Dat meen ik, dacht hij verbaasd, terwijl de zon onderging
en de sterren aan de hemel begonnen de flonkeren. En hij
was blij dat niemand de sterren ooit weg zou kunnen gooien.
 
- Toon Tellegen
Posted 6 months ago with 0 notes